De gereedschapskoffer

Timmeren, zagen en schroeven spreekt tot de verbeelding van heel wat jonge kinderen en kleuters. Met dit praktijkvoorbeeld reiken we enkele praktische tips en tools aan en zetten de eerste stapjes om de echte wereld in de klas te brengen.

Attributie: foto's en picto's www.flaticon.com 

 

  

 

Context en probleemstelling

We vertrekken voor deze werkvorm enkele mogelijkheden, vertrekkend vanuit prentenboeken.

Voorbeeld: Kasper de timmerman, Lars Klinting, 
https://schooltv.nl/video-item/kasper-de-timmerman-prentenboek-uit-koekeloere
Kasper heeft teveel rommel en raakt alles kwijt.
Mogelijke oplossingen: rekje, opbergkist, opruimrobot, kapstok … maken

Voorbeeld: Tijn het konijn heeft honger, Claudia Redua
Tijn kan niet aan de appel in de appelboom
Mogelijke oplossingen: toren, ladder, kraan, … maken

Voorbeeld: Kerstfeest van de timmerman, André bikker
https://www.youtube.com/watch?v=CfwQTUHObGg

De timmerman wil het gezellig maken in zijn huisje.
Mogelijke ideetjes: huisdier, kribbe, kerstboom, stalletje, … maken

 

Pettson en Findus

 

Voorbeeld: Pettson en Findus bouwen een auto, Sven Nordqvist
De kat wil een vervoersmiddel maar wil eerst wat rusten.
Mogelijke ideetjes: wagentje, wekker, bootje, vliegtuigje, rustbankje, … maken
 

Gedachtenwolk gereedschapskoffer
Wil je graag aan de slag vanuit een echt probleem dat aansluit bij een belangstellingscentrum?
Neem dan een kijkje op de woordenwolk. 

 

Minimumdoelen kleuter

Wetenschap en techniek :

Eigenschappen van materie

3.4.1 De kleuters kunnen materie sorteren op basis van waarneembare eigenschappen.

Wetenschap en techniek: systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen

Onderzoekende houding

3.6.1 De kleuters kennen de relatie tussen oorzaak en gevolg.

3.6.2 De kleuters kunnen aangeleerde woordenschat inzetten om te redeneren over een wetenschappelijke vraag.

Ontwerpend leren

3.6.3 De kleuters weten dat voorwerpen en materialen een functie hebben en ontworpen zijn om een probleem op te lossen.

Technologie: technische systemen hanteren

3.7.1 De kleuters kunnen leeftijdsadequate technische systemen correct en veilig gebruiken.

Attitudes

Leerondersteunende vaardigheden: veiligheid

9.3.2 De kleuters kunnen een aangewezen volwassene hulp vragen of aanspreken wanneer nodig.

Meten en metend rekenen

overkoepelende inzichten en vaardigheden

2.3.1 De kleuters kennen de volgende meetinzichten [I]:
          we meten geen objecten maar grootheden van objecten;

Lengte / oppervlakte en inhoud / volume

2.3.4 De kleuters kennen de volgende begrippen [F]:

  • (even) lang, kort, hoog, laag, ver, dichtbij, breed, smal, dik, dun, diep, groot, klein, (bijna) vol, (bijna) leeg, veel, weinig;
  • langer, korter, hoger, lager, verder, dichter, breder, smaller, dikker, dunner, dieper, groter, kleiner, leger, voller, meer, minder;
  • langste, kortste, hoogste, laagste, dikste, dunste, diepste, grootste, kleinste, meeste, minste.

2.3.5 De kleuters kunnen lengte, oppervlakte en inhoud/volume kwalitatief:

  • vergelijken;
  • (on)gelijk maken;
  • ordenen (seriëren);
  • samenstellen.

Plaatsbepaling

2.4.5 De kleuters kennen de volgende begrippen [F]:

  • (er)voor, (er)achter, (er)onder, (er)boven, (er)op, (er)naast;
  • ver, dichtbij, tegen, tegenover;
  • omhoog, naar boven, omlaag, naar beneden, vooruit, achteruit;
  • naar mij toe, van mij weg, dichterbij komen;
  • recht naar, schuin naar.

Logica en verzamelingen

2.4.18 De kleuters kunnen objecten sorteren op basis van een gemeenschappelijke eigenschap volgens 1 of 2 criteria.

2.4.19 De kleuters kunnen als ... dan ... uitspraken gebruiken.

Wiskunde: probleemoplossend denken

2.6.1 De kleuters kunnen problemen in spel- en leersituaties oplossen gebruikmakend van wiskundige elementen.

 

2. Minimumdoelen lager

Wetenschap en techniek 

Systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen.

Ontwerpend leren

3.6.5 De leerlingen kennen ontwerpen als een manier om aan een behoefte te voldoen.

3.6.6 De leerlingen kunnen met concreet materiaal en gegeven criteria een ontwerp bedenken en uitvoeren om aan een behoefte te voldoen.

Technologie: Technische systemen hanteren

3.7.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: monteren, demonteren.

3.7.2 De leerlingen kennen basisgereedschap voor montage en demontage.

3.7.3 De leerlingen kunnen basisvaardigheden toepassen bij het monteren en demonteren van technische systemen.

Technische systemen beschrijven

3.7.4 De leerlingen kennen het volgende begrip: de onderdelen.

3.7.5 De leerlingen kunnen de werking van een technisch systeem beschrijven aan de hand van onderdelen en materialen.

3.7.6 De leerlingen kunnen verwoorden hoe vormgeving en design een rol spelen bij het gebruik van technische systemen.

Wiskunde

Meten en metend rekenen

Lengte / oppervlakte en inhoud / volume

2.3.2 De leerlingen kennen de noodzakelijkheid van standaardmaten voor het eenduidig uitvoeren en vergelijken van metingen [I].

2.3.4 De leerlingen kunnen meten en metend rekenen voor lengte, oppervlakte en inhoud, massa, geld, tijdstip en tijdsduur, temperatuur.

2.3.13 De leerlingen kennen de volgende maateenheden en hun wiskundige notaties [F]:

  • km, hm, dam, m, dm, cm, mm;

Methode

Probleem introduceren

We werken voor dit voorbeeld met het prentenboek van Pettson en Findus.
Je kan ook een ander prentenboek gebruiken.
Lees het verhaal voor en besluit dat Findus moe is en wil rusten.
Hij heeft hiervoor een bedje of een stoel nodig.

Je kan ook met de klaspop werken.
De meeste kinderen nemen deze mee naar huis in het weekend.
De pop is moe van de vele uitstapjes of het vele spelen.
Ze heeft een bedje of een stoel nodig.

Centrale probleemstelling: 
"Wat kan ik bouwen om de pop te laten rusten?"

We gaan met andere woorden op schaal werken en een simulatie maken.

Criteria bepalen

Bepaal met de kinderen enkele criteria waar de stoel of het bedje aan moet voldoen.
Je kan de criteria met pictogrammen of een sprekende muur vastleggen. 
Vraag ook tijdens het bouwen waar de kinderen aan moeten denken.
Bij de downloads vind je een conceptmap met allerlei mogelijke criteria.
Voorbeeld van criteria:

Ideeën bedenken

Begeledingsvragen:
- Wat doen de kinderen als ze moe zijn?
- Waar kan je rusten?
- Hoe ziet een stoel of bed er uit?
- Wat zijn de gebruikte vormen?
- Hoeveel poten zijn er? 
- Welke kleuren worden gebruikt?
- Hoe hoog of hoe lang moet het bed zijn?
- Er kunnen stoelen en banken onderzocht worden in het schoolgebouw.
- Opzoeken van stoelen zoeken bij bronnen: internet, prentenboeken, …
   Tip: Je kan bijvoorbeeld met ‘google speech’ zoeken.
- Fantaseren en creativiteit: wat moet de ideale stoel allemaal bieden?
   Tip: wat voor jou niet creatief lijkt kan voor een kind wel nieuw zijn!
- Welke materialen, behalve hout, zullen we nog nodig hebben?

Tekenen:
- Laat eens stoel (na) tekenen. 
- Laat het bed van thuis tekenen.

De tekeningen zullen misschien niet duidelijk zijn maar vraag om te vertellen.
Wat hebben ze getekend? Wat vinden ze belangrijk? 
De tekening kan een houvast zijn voor sommige kinderen.
Dit is een eerste opstapje naar het maken van een echt ‘plan’.

Materialen verkennen

Kijk even naar het verzamelde gereedschap. Bespreek met de kinderen:
- Wat zullen we wel / niet nodig hebben?
- Welk gereedschap ken je of herken je? 
- Weten de kinderen hoe het gereedschap gebruikt wordt?
- Welke details bespeuren we? 
- Welke vorm of kleur heeft het gereedschap?
- Zijn er gevaren?

Bespreek ook het meegebrachte hout, dit laat je sorteren door de kinderen.
Gebruik hier vooral ontluikende wiskunde als een insteek.
- Welke stukken hout horen bij elkaar? (lengte, dikte, vorm, …)
- Wat is er hetzelfde? Wat is er verschillend? Waarom?
- Welke stukken zijn hoog genoeg voor de stoel van de klaspop?
- Welke stukken hout zal ik moeten inkorten?
- Hoe kan ik weten hoeveel ik moet afzagen? (klaspop als paspop gebruiken)
- Welke stukken zijn eventueel niet bruikbaar? Waarom?

Gereedschap hanteren

Je kan de kinderen eerst vrij kennis laten maken met de gereedschappen en laten experimenteren.

Vraag of er iemand weet hoe het gereedschap gebruikt wordt.
Laat voortonen en stuur bij zodat het gereedschap juist gehanteerd wordt.
Verwoordt wat gebeurt en laat de kinderen herhalen wat je vertelt.

- Hoe moet ik hameren?
  Je kan een gat voorboren of de nagel met een wasknijper vasthouden.
  De hamer hoog genoeg tillen zodat hij valt en harder aankomt. (zwaartekracht)
  De hamer hou je best vast aan het handvat en niet dicht bij de hamerkop. (langere arm)

- Hoe klem ik een werkstuk vast?
   Schuif de schroef dicht en schroef ze daarna vast op het werkstuk.

- Hoe moet ik zagen? 
   Gebruik het volledige zaagblad (heen en weer trekken)
   De zaag recht houden (haaks) zorgt ervoor dat je makkelijk kan trekken en duwen.
   Kleine zaagtanden zorgen voor wat langer zagen maar het is minder lastig.

- Hoe kan ik schroeven?
   Je kan eerst een gat voorboren.
   Voorzie een schroef met de juiste schroefkop die op de schroevendraaier past.

- Hoe moet ik schuren?
   Gebruik de volledige oppervlakte van het schuurpapier.
   Een kleiner getal op het schuurpapier = grovere korrel = haalt grotere stukken hout weg.

- Hoe moet ik boren?
   De boor moet naar rechts (wijzerin) draaien. Zoals je een dop op een fles draait.
   Laat de boor draaien, ook als je ze uit het gat haalt. 

Bouwen van het ontwerp

Je kan ervoor kiezen om met alle kinderen samen te klussen. Voorzie dan voldoende materialen.
Dit doe je dan ook best buiten maar zorg wel voor enkele werktafels (oude bureaus, paletten, …)

Je kan er ook voor kiezen om de kinderen om beurten in de bouwhoek laten klussen.

De kinderen gaan aan de slag om hun ontwerp uit te voeren. Er kan een kind aangeduid worden dat tussendoor foto’s maakt over het proces. De begeleider neemt een coachende houding aan. 

Begeleidingsvragen:
- Hoe kan je ervoor zorgen dat het onderdeel niet beweegt?
- Hoe kan je een spijker inslaan zonder je handen pijn te doen? 
- Hoe kan ik zagen zonder mezelf of de andere pijn te doen?
- Werkt het gereedschap goed? Hoe zou het beter werken? 
- Wat lukt niet zo goed? Hoe kan het steviger worden?
- Wat is de beste manier om het vast te nemen?
- Kan je dat op een andere manier?
- Dat klinkt nogal luid, kunnen we daar iets aan doen?
- Waar is de beste plaats om te werken?

Als er met extra begeleiders gewerkt wordt (opa’s, oma’s, …) vraag dan om het technisch handelen zoveel mogelijk door de kinderen te laten doen. Het kan een valkuil zijn om snel zelf teveel informatie te willen geven. Zoek de balans in welke informatie de kinderen wel of niet nodig hebben om deze te ondersteunen, niet te leiden.

Boren en zagen

Uit ervaring weten we dat sommige kinderen graag alles zelf proberen maar sommige kinderen zijn beter in bedenken. Voor deze kinderen gebruik je de techniek van voorbewerken.

Laat kinderen een stipje zetten waar ze een nagel of schroef zullen vastmaken.
Boor hier zelf met de boormachine een klein gat dat minder diep is dan de nagel of de schroef.

Je kan ze ook met een lat lijntjes laten tekenen waar het plankje doorgezaagd moet worden.
Dit kan je dan zelf met een wipzaag doen.

Testen en optimaliseren

De klaspop komt even testen en laat de kinderen vertellen over hun idee. 
Zo krijg je ook als leerkracht zicht op het proces dat het kind voor ogen heeft.

Dit is ook het moment om elkaar te laten inspireren. Als kinderen op jonge leeftijd leren dat ze trots mogen zijn dat hun idee anderen inspireert, afkijken is toegestaan.

Creatief zijn is ook (vooral) bestaande zaken in verband brengen met elkaar.

Wanneer het technisch systeem af is, kan het in gebruik genomen worden.
- Voldoet het aan de behoefte? 
- Blijft de pop zitten? 
- Is het technisch systeem stabiel? 
- Kunnen we het nog van een leuke kleur voorzien? 
- Kan dat wel met de klasverf als het stoeltje buitenkomt?

Je kan ook uitdaging bieden met extra criteria:
- Is het stoeltje zacht genoeg voor de pop?
- Wat als het hard waait?
- Kan er een leuning komen voor armen, voeten, rug, …

Evalueren en reflecteren

Je reflecteert met de kinderen:
Welke gereedschappen hebben we gebruikt vandaag?
Wat doen deze gereedschappen?
Hoe werken ze?

Er kan een techniek – encyclopedie of beeldwoordenboek gemaakt worden.
De kinderen kunnen dat een stuk gereedschap en de functie ervan tekenen.
De foto’s kunnen erin gekleefd worden en later aangevuld worden.
Misschien brengt een kind wel hetzelfde stuk gereedschap mee van thuis?
Wat zijn de gelijkenissen of verschillen?

Met de presentatie, foto’s of beelden werk je sterk aan de doelstellingen van techniek.

Belangrijk hierbij is dat de meeste technische begrippen niet in de ontwikkelingsdoelen of eindtermen staan. Het gereedschap is eerder middel dan doel.
Het engineering proces (bedenken, uitproberen, bijsturen,…) is de doelstelling.

Het zou ook helemaal interessant zijn als het verhaal hier niet stopt en het gemaakte voorwerp ook echt een functie krijgt in de speelhoek, poppenkast of poppenhoek. Misschien kan je er ook een stop motion filmpje van maken?

Materialenlijst

Hoe kom je aan gereedschap?
Kijk op de materialenlijst welke materialen je best voorziet. Je kan ervoor kiezen kinderen gereedschap of handschoenen van thuis te laten meebrengen maar vaak zijn deze niet praktisch of onbruikbaar. Eventueel kan je een inzamelactie doen en zelf uitzoeken wat je wel of niet kan gebruiken. Goed werken doe je met goed gereedschap, op maat van de kinderen. Het goede nieuws is dat gereedschap lang meegaat en vaak een eenmalige investering is.

Materialen om te meten
Hoewel de kinderen dit misschien nog niet correct kunnen gebruiken kunnen deze materialen het ‘doen alsof’ en de interesse stimuleren. We denken aan latten, hoeklatten, waterpas, …

Hoe kom je aan hout?
- Vragen in de doe – het – zelf zaak. 
- Zoekertjes op internet.
- Vragen aan kinderen of hun ouders stukjes hout mee te brengen.
- Een pallet van een schoollevering kan ook wonderen doen.
- Een pak panlatten kopen is ook een goed idee: ze zijn goedkoop, dun en snel door te zagen.

Woordenschat
Baken de woordenschat af die je zal gebruiken. 
Zorg dat je zelf op de hoogte bent van de juiste benamingen.
Bij de downloads vind je een conceptmap met woordenschat en picto’s.

Je kan ervoor kiezen materialen aan te kopen of in te zamelen via de ouders.
Probeer gereedschap dat van een inzameling komt kritisch te bekijken.
Het moet nog veilig zijn en op maat van de kinderen.

Gereedschap leerkracht
handgereedschap leerkracht

 

 

 


Tip: een metaalboor werkt ook en gaat minder snel stuk. Deze heeft een driehoekige punt.

Gereedschap kleuters of kinderen 

Per groepje van 4 kinderen te voorzien, gereedschap

handgereedschap leerling

Zagen: de zaagbeugels zijn meestal van een ijzerzaagje voorzien. Vervang dit door een houtzaag.
Het verschil is dat houtzaagjes grovere tanden hebben. Meestal kan je de zaag losmaken door het handvat naar links te draaien. 

Schroeven: koop een schroevendraaier die past op de schroeven. (kruis is beter dan plat)

Bevestigingsmaterialen

spijker en schroeven