Eekhoorn legt een wintervoorraad nootjes aan en selecteert zorgvuldig de noten.
Via computationeel denken en met een balans ga je op zoek naar de gezondste, zwaarste noot voor eekhoorn!
Attributie: foto's en picto's www.flaticon.com en www.freepik.com
Context en probleemstelling
We werken voor dit praktijkvoorbeeld met het prentenboek:
'Op notenjacht' vanKarl Newson en Nia Havilliard. (ISBN 9789048322817)

Korte inhoud
Eekhoorn maakt zich klaar voor de winterrust.
Hij verzamelde teveel noten, ze passen niet in z’n hol.
's Nachts gaat hij ze verstoppen in het bos.
Maar hij vergat een plan op te maken.
Eerst kijkt hij in de grot bij beer en vindt een dikke sok.
Bij uil in de boom vindt hij een muts.
In de zak van bever aan de dam vindt hij een laars.
Veel herfstkledij maar weinig nootjes.
Alle dieren helpen zoeken en ontdekken iets …
De nootjes waren allen gekiemd in kleine boompjes!
Wetenschapsdoelen voor het kleuter
Dit praktijkvoorbeeld werd gemaakt met als bedoeling de coherente overlap tussen CT en doelen van wiskunde, wetenschap te verduidelijken. We vertrekken vanuit de leefwereld van de kinderen en de exploratiedrang die eigen is aan de ontwikkeling van kinderen.
De minimumdoelen worden hier ook nog binnenkort bijgevoegd.
Een betekenisvolle context met natuurlijke materialen uit de omgeving leent zich uitstekend om wetenschappelijk reden en CT in te oefenen. We bekijken dit vanuit de pijlers van een STEM – didactiek.

Dit praktijkvoorbeeld past enkele aspecten toe om de boeiende wereld van de wetenschap toegankelijk te maken voor jonge kinderen.
Net als de notenmix van onze eekhoorn bestaat goed wetenschappelijk rekenen uit een aantal basiselementen:

Achtergrondinformatie voor de leerkracht
We geven enkele weetjes mee om vraagstelling wat te verrijken en stimuleren.
7.1 Echte noten
Veel noten (pistache, kokosnoot, walnoot, …) zijn eigenlijk geen “echte” noten.
De echte noten zijn een vrucht met houtachtige vruchtwand:
- eikel
- beukennoot
- hazelnoot
- tamme en wilde kastanje
7.2 Eetbare noten
Beukennoten en tamme kastanje zijn na een korte bewerking eetbaar.
Je kan ze roosteren, poffen of koken om te proeven.
Eikels bevatten veel tannine.
Dat stof is giftig voor mensen als deze in grote hoeveelheid gegeten wordt.
Je kan eikels ook meermaals weken en koken.
Ze geven dan stapsgewijs hun tannine af in het water.
Als het water helder i s kan je de eikel pureren of opeten.
In Amerika maken ze zelfs bloem van de eikel van de Amerikaanse witte eik.
7.3 Gaatjes in noten
De kleine, ronde gaatjes in noten ontstaan door een larve van een kever.
Dit zijn snuitkevers zoals de eikelboorder of de hazelnootboorder.
Bron: https://aaldrikpot.blogspot.com/2016/09/natuurspoorjournaal-96-eikelgaatjes.html
7.4 Eekhoorns
Het dieet van eekhoorns bestaat niet enkel uit noten maar o.a. ook uit kleine insecten, paddenstoelen, eieren, zaden van dennenappels, boomschors en fruit.
De pluimpjes aan de oren zijn duidelijkst zichtbaar in de wintermaanden.
Men onderzoekt hun doel: camouflage, herkenning of bewaren van warmte.
De vacht varieert van zwart tot bruin of geelachtig.
De meest voorkomende soort in België is de rode eekhoorn.
Methode
Computationeel Denken: het verhaal
In dit praktijkvoorbeeld schenken we eerst aandacht aan een aantal werkvormen waarbij computationeel denken helpt om de behoeftes en noden van eekhoorn te begrijpen.
Wil je deze overlaten, klik dan direct op stap 9.
CT deel 1: Verzamelingen en logische verbanden leggen.
CT deel 2: Noten vrij onderzoeken.
CT deel 3: Noten gestuurd onderzoeken.
CT deel 4: Logisch redeneren.
CT deel 5: Abstraheren en een zoekkaart maken.
CT deel 6: Unplugged programmeren.
CT deel 7: Plugged programmeren.
Je leest het prentenboek een aantal keer voor.
Je kan dit telkens met een andere invalshoek (gevoelens, wiskunde, ruimtelijke begrippen, ...) doen.
Als het verhaal al een tweetal keer voorgelezen werd leg je de focus op het CT.
Wanneer je een pagina voorgelezen hebt vraag je:
- Wat gebeurde er op de vorige pagina?
- Wat zal er op de volgende pagina zal gebeuren?
- Wat gebeurde er eerst?
- Wat deed de eekhoorn daarna?

Je kan daarna de prenten gebruiken om volgorde en verzamelingen te leggen.
Je kan het zo verwoorden:
- Eerst vond hij een sok, daarna een muts en laatst een laars.
- De boterhammentrommel, beer en sok horen bijvoorbeeld bij elkaar.
CT deel 1: Verzamelingen en logische verbanden leggen.

Keuze 1: verband leggen (eerst, daarna, de ... hoort bij ...)

Keuze 2: categorieën maken

Keuze 3: algortime maken (eerst ... daarna ... vervolgens ... laatst ...)

CT deel 2: Noten vrij onderzoeken.

Doe je deze activiteit in de herfst?
Nadat het verhaal voorgelezen werd ga je met de klas op stap.
Ga buiten en raap allerlei nootjes.
Als de kinderen andere zaken vinden mogen ze deze ook gerust oprapen.
Let erop d at er ook beschadigde noten opgeraapt worden.
Doe je deze activiteit in de lente?
Ga op zoek naar jonge, gekiemde plantjes.
Eventueel kan je met een spade een kluit spitten.
Die kan je dan in een grote pot te zetten.
Laat deze in een schaduwrijk plekje verder groeien.
Trek de plant niet uit om in een pot te zetten, want de wortel is te gevoelig.
Je kan ook nootjes laten kiemen. Je verzamelt ze dan in de herfst.
Selecteer goede noten, zoals bij de volgende stap beschreven staat.
Je plaatst ze daarna in een potje met vochtige aarde.
Daarna kan je ze laten overwinteren op een koele plek, zoals in de koelkast.
In het voorjaar komen ze dan vanzelf uit.
Het worteltje is kwetsbaar, je plant de noot met de wortel omlaag.
Vertel de kinderen dat eekhoorn lekkere noten wil.
Misschien weten de kinderen hoe je goede noten herkent.
Misschien komt handpop eekhoorn dit wel vertellen.
Je kan heel veel noten vinden in de buurt van de school.
Laat de kinderen hun noten opdelen in groepjes.
Goede noten: welke noten wil eekhoorn graag opeten? Waarom?
Slechte noten: zijn er noten waar eekhoorn misschien niet van houdt?
Voorzie vergrootglaasjes, potjes, weegschalen, een notenkraker, …
In bijlage vind je ook een kleurenkaart om de bruintinten te onderzoeken.
om de noten te onderzoeken. Stel vragen:
- Wat zie je? Wat ruik je?
- Wat zit er in de noot?
- Hoe werkt de notenkraker?
- Welke kleuren van de kleurenkaart (bijlage) kan je zien?
- Hoe zou dat bruin heten?
- Hoeveel kleuren tel je?
- Zijn er beschadigingen?
- Hoe zouden deze er gekomen zijn?

Als je meerdere notensoorten hebt kan je ook categorieën maken en op zoek gaan naar de soorten noten met een determinatietabel of poster.
Herkennen de kinderen de noten?
Je kan kaartjes maken met daarop de soorten noten en de naam opschrijven.
Er zijn ook mogelijkheden om wiskunde aan te brengen:
- Hoeveel noten passen er in een schaaltje?
- Wat is de zwaarste noot?
- Welke noot is lichter?
- Welke noot is groter dan de andere?
- Is de noot rond of ovaalvormig?
Bepaal voor jezelf ook welke woordenschat je vaak gebruikt.
Je kan een aantal woorden voorzien als geheugensteun voor jezelf.
We geven een voorbeeld met woorden uit de minimumdoelen.

CT deel 3: Noten gestuurd onderzoeken.

Gebruik hiervoor het algoritme: 'de gezonde noot', die vind je bij de downloads.
Onderzoek 1: drijven of zinken de noten? Gezonde noten zonder lucht zinken.
Onderzoek 2: ruiken de noten lekker of ruiten ze rot / muf?
Onderzoek 3: kan je de noot samendrukken of is ze stevig?
Onderzoek 4: zit er een gaatje in de noot? Dan at de larve van een kever ervan.
Onderzoek 5: is de kleur van de noot bruin of vlekkerig / schimmelachtig?
Onderzoek 6: zijn er sporen van knaagdieren?
Onderzoek 7: is de vorm ingedeukt?
Verdeel de noten in categorieën: vers, misschien vers, niet vers.

CT deel 4: Logisch redeneren.

Deze activiteit kan je in de klaskring uitvoeren.
Je besteedt aandacht aan de verwoording: kan, kan niet of misschien.
Neem enkele potjes met wat aarde en laat de kinderen hun ogen sluiten.
Duw de noot in een bloempotje.
Vraag de kinderen waar de noot is volgens hun verstopt is.
Laat verwoorden: ‘De noot kan in de eerste, tweede, derde of vierde pot zitten.’
Laat hen instructies geven aan de eekhoorn: ‘Waar moet die zoeken?’

De eekhoorn voert de instructie van de kinderen uit.
Als ze fout raden stel je de vraag opnieuw:
- In welke beker kan de noot zitten?
- Waar kan de noot zeker niet zitten?
Daarna kan je de opdracht aanpassen om een nieuwe strategie toe te voegen.
Deze keer plaats je bijvoorbeeld 12 potjes.
Dit kan ook met omgekeerde bekertjes in plaats van bloempotjes.
De kinderen sluiten hun ogen en één kind verstopt samen met eekhoorn de noot.
Vraag een kind waar hij of zij denkt waar eekhoorn de noot verstopt heeft.
Kijk onder de beker, is de noot aanwezig?
Vertel dat er best wel veel potjes zijn. Je kan ze eventueel tellen.
12 Potjes betekent 12 kansen om de noot wel of niet terug te vinden.
Bedenk met de kinderen een manier zodat ze niet 2 keer op dezelfde plek zoeken.
Welke strategie zetten de kinderen in? Wat is hun plan?
Je kan rode kralen leggen bij het lege potje.
Je kan eventueel ook op een schema (gelamineerde kaart) aanduiden.
CT deel 5: Abstraheren en een zoekkaart maken.

Introductie:
Je kan een filmpje maken waarin je samen met eekhoorn de noot ergens verstopt.
Vraag daarna aan de kinderen wat ze op het filmpje gezien hebben.
Zorg dat je enkele knooppunten filmt.
Voorbeeld:
- Eekhoorn opende eerst de klasdeur.
- Daarna rende hij eerst naar de boom.
- Vervolgens verstopte hij de noot onder de bank.
Vertel de kinderen dat we eekhoorn kunnen helpen door een plan te maken.
Je kunt deze activiteit bij voorkeur buiten doen. Verstop samen met hen de noten.
Teken vervolgens een plan. Wat moet er op het plan komen?
De volgende dag kan je het plan samen met de kinderen opnieuw bekijken.
Wat hebben we getekend in de schematische voorstelling?
Waarom is het belangrijk dat we dit getekend hebben?
Vinden we de noot die we verstopten ook echt terug?

Nadat je dit samen geoefend hebben kunnen de kinderen misschien een eigen plan opmaken om aan te geven waar ze hun noot verstoppen.
In het voorbeeld hierboven is de klasdeur getekend: je moet de klas verlaten.
Er staat twee keer een bank getekend, dus er zijn 2 mogelijkheden.
Om te weten bij welke bank de kinderen moeten zoeken is er een extra hint.
Bij de bank aan de bomen is niks te vinden, bij deze aan de glijbaan wel.
Heb je in de schooltuin of klastuin al noten liggen in de herfst?
Werk dan met een andere soort noot die jij of de kinderen zelf meebrengen.
Je kan natuurlijk ook met een foto van (een eekhoorn met) een noot werken.
CT deel 6: Unplugged programmeren.

Deze activiteit gaat best buiten of in de turnzaal door.
We oefenen woordenschat die bij het logisch denken of een algoritme past.
Gebruik hiervoor de bewegingsplaten en plattegronden, die vind je bij de downloads.

We starten met een introductie via een ALS … DAN spel met enkele prenten.
Een kind gaat in de hoepel staan, toont de prent en roept een woord.
1 Als de springende eekhoorn getoond wordt, dan spring je rond.
2 Als de sluipende eekhoorn getoond wordt, dan sluip je.
3 Als ik eekhoorn met de hazelnoot toon, dan snuffel je in het rond.
4 Als we het holletje zien, dan gaan we ons zo snel mogelijk verstoppen.

De prenten tonen diverse eekhoorns met verschillende vacht.
Dit kan ook een aanleiding tot verwondering of een gesprek vormen.
Voor de kleinere kinderen (peuters) kan je met de figuren uit het verhaal werken.
Wat doen beer, uil, bever en eekhoorn?
De volgende stap is het uitzetten van een stappenplan.
Je kan eerst klassikaal werken en daarna in groepjes.
Materialen:
- hoepels
- verschillende nootjes
- kaarten met instructies
- kaarten met plattegrond
- knuffel of handpop van eekhoorn
Opdracht:
Geef de kinderen een plattegrond.
Eerst leggen ze een hoepel.
Daarna bouwen ze het parcours met nootjes op.
Dit doen ze door te springen.
Ze leggen elke keer een noot neer.
De eikels = rechtdoor springen.
De kastanjes = draaien ter plaatse.

Daarna maken ze de instructies.
Deze zijn voor de eekhoorn.
De leerkracht kan deze uitvoeren met een handpop.
Ze kunnen deze zelf ook testen.
Als ze moeite hebben met links of rechts kan je een zwarte en witte stip gebruiken.
Het aanleren van links en rechts is hier niet het hoofddoel.
Door pijlen te gebruiken leren ze om te navigeren.

De kinderen kunnen daarna ook een eigen plattegrond bouwen.
Ze maken een stappenplan voor andere kinderen.
Ze lezen het stappenplan door de instructies te geven.

Voor oudere kinderen kan je getalbeelden voorzien.
Hiermee kunnen ze een patroon aanduiden: “Spring 4 keer vooruit.”

CT deel 7: Plugged programmeren.
Met een programmeerbare robot kan er ook een algoritme gemaakt worden.
We bouwen deze lesactiviteit op rond de beebot of bluebot.
We stellen voor om een mat van 16 vakjes van 15 x 15 cm te gebruiken.
De bluebot kan je ook met bluetooth en een app besturen.

Bouw de mat op met de bijhorende symboolkaartjes.
We kozen voor abstracte pictogrammen omdat de focus op CT ligt.
Een andere mogelijkheid is foto’s te maken van echt voedsel voor de eekhoorn:
paddenstoelen, dennenappels, nootjes, … en deze te gebruiken.
In de plugged versie bouwen de kinderen eerst terug een algoritme (stappenplan).
In de tweede fase brengen we enkele voorwaarden aan.

Bouw een grondplan op met kaartjes waarop afbeeldingen staan.
Wij stellen voor dit met foto’s uit het boek en nootjes op te bouwen.
Eenvoudig stappenplan:
Breng eekhoorn naar een bepaalde bestemming.
Programmeer de Bluebot.
Voorbeeld: De eekhoorn wil een paddenstoel.
Oefen eerst klassikaal om te
tonen hoe de bluebot werkt.

Debuggen:
Als de eekhoorn niet aankomt bij de paddenstoel, weet je dat er een fout in de code zit.
Anbstraheren: Je kan extra picto’s of prenten ook aanbrengen en vragen aan de kinderen welke picto’s we niet nodig hebben.
Een ‘EN’ opdracht:
De eekhoorn eet twee verschillende noten.
Eventueel kan hij ook kiezen welke hij eerst op eet en welke daarna.
Verwoording: ‘De eekhoorn kiest eerst een eikel, daarna een paddenstoel.’

Een ‘OF’ opdracht:
De eekhoorn mag kiezen tussen twee soorten noten.
Eventueel kan hij ook kiezen welke hij eerst op eet en welke daarna.
Verwoording: ‘De eekhoorn kiest wel voor de dennenappel, niet voor de hazelnoot.'

Een ‘NIET’ opdracht:
De eekhoorn moet navigeren naar een noot zonder daarbij een andere noot voorbij te komen. Verwoording: ‘De eekhoorn eet een dennenappel maar komt niet voorbij de hazelnoot.’

Een reeks maken:
De robot (eekhoorn) moet langs een reeks noten rijden in de juiste volgorde.
Verwoording: ‘De eekhoorn eet eerst een eikel, daarna een paddenstoel en laatst een walnoot.’
De bovenstaande opdrachten staan in opeenvolgende moeilijkheidsgraad.
Je kan na een klassikaal demonstratiemoment de kinderen deze oefening in hoekenwerk laten maken. Ze kunnen zelf de pictogrammen onder de mat leggen en je voorziet een stapel kaarten waaruit ze kunnen kiezen.
Je kan ook de kaarten met noten een extra keer afdrukken.
Dan kunnen de kinderen per twee oefenen.
Ze benoemen dan een opdracht met EN, OF, NIET of een REEKS.
Ideeën bedenken
De climax van dit project is het vinden van de allerbeste noot voor de eekhoorn.
Dat is de grootste noot want dat is de grootste vrucht die voedsel levert.
We bedenken hoe we een balans voor eekhoorn kunnen maken.
Vraag de kinderen hoe eekhoorn te weten kan komen welke noot de zwaarste is.
Via de vraagstelling kom je tot een balans / weegschaal.
Je beslist een bouwplan te maken voor de eekhoorn, zodat hij dit zelf kan.
Bespreek met de kinderen wat er moet gebeuren.
Bespreek de ideetjes met de kinderen.
Maak een brainstorm en tekening op een grote flap.
Het ontwerp bedenken

Bespreek wat de eigenschappen zijn van een goede weegschaal.
Bedenk ook welke materialen je nodig zal hebben om deze te bouwen.

Bedenk ook welke materialen je nodig zal hebben om deze te bouwen.
Je kan een kijkje nemen bij de pagina 'materialen' om inspiratie op te doen.
Het ontwerp uitvoeren

De kinderen maken de balans zoals gepland.
Daarna nemen ze deze in gebruik.
Er wordt eventueel een controle uitgevoerd met een echte balans.
Werkt de balans nauwkeurig?
Daarna worden eventuele aanpassingen gemaakt.
Inspiratiefoto's:

bron: https://earlylearningideas.com/diy-balance

bron: https://Howtofunda.com

bron: https://es.pinterest.com/aliciacampsglez

bron: https://www.youtube.com/watch?v=CUn4GCtA5Lc
Het ontwerp presenteren

De kinderen tekenen een bouwplan voor de eekhoorn.
Wat moet er zeker op de bouwtekening komen?
De leerlingen kunnen ook vertellen aan de handpop.
Ze geven dan een demonstratie.
De eekhoorn stelt dan denk – en doevragen:
- Welke materialen gebruikte je?
- Hoe werkt de balans?
- Wat zal er gebeuren als het waait?
- Hoe weten de kinderen dat de weegschaal goed werkt?
- Hoe hebben ze de weegschaal vastgemaakt?
- Wat gebeurt er als de weegschaal leeg is?
De balans of tekening kunnen aan de eekhoorn gegeven worden.
Misschien kunnen deze ’s avonds in de schooltuin gelegd worden?
Materialenlijst
Om het prentenboek te bespreken:
- Vertelplaten
- Bokaaltje met notenmengeling (zintuiglijke prikkeling)
- Het prentenboek
- Optioneel: handpop eekhoorn (eventueel)
Om het computationeel denken toe te passen:
- geraapte noten (zowel slechte als goede) van de eik, kastanje, hazerlaar, beuk, ...
- bekertjes
- lied 'Eekhoorn met je lange staartje' (eventueel)
- platen voor het bewegingsspel
- platen voor beebot / bluebot (passen in kadertjes van 15 x 15 cm)
- opdrachtkaarten voor bleubot / beebot (recto verso af te drukken)
- kaart met algoritme: de goede noot
Om de balans te bouwen:
- metaaldraad
- kapstok
- blikken
- potjes en doosjes
- houten latjes
- karton
- gereedschap
- touw
- nagels, splitpennen
- bezemsteel
- ronde stokjes
- plankjes
- schaar
- bevestigingsmateriaal
Inspiratiefoto's:

bron: https://earlylearningideas.com/diy-balance

bron: https://Howtofunda.com

bron: https://es.pinterest.com/aliciacampsglez

bron: https://www.youtube.com/watch?v=CUn4GCtA5Lc
Computational Denken (CT)
Computationeel thinking (we spreken van CT binnen dit lesvoorbeeld) is geen synoniem voor coderen of programmeren op computers. Het gaat hier over denkvaardigheden die ons in staat stellen te begrijpen hoe een computer taken verwerkt en uitvoert.
Er zijn een aantal computationele ‘concepten’ die duidelijk in de leerplannen en minimumdoelen omschreven staan. Deze zorgen ervoor dat kinderen op latere leeftijd beter in staat zijn om:
- bewuster om gaan met technologie.
- begrijpen hoe de technologie werkt.
Je kan aan de denkvaardigheden werken op twee manieren:
- Unplugged: je oefent binnen spelvormen of alledaagse activiteiten.
- Plugged: je gebruikt een beebot, ipad, … en werkt computergestuurd.
In de minimumdoelen staan enkele ‘concepten’ beschreven die op het einde van het vierde en zesde leerjaar beheerst moeten zijn.
Met de kinderen kan je hier al zeker aan werken omdat deze concepten aansluiten bij de eigen denkontwikkeling. Deze hoeven nog niet benoemd te worden met de termen hieronder. Met dit praktijkvoorbeeld willen we enkele concepten duiden en een suggestie doen om eraan te werken.
- Decompositie: een taak verdelen in verschillende deeltaken.
- Parallelisme: tegelijk aan eenzelfde taak werken.
- Abstraheren: overbodige of overtollige informatie weglaten.
- Patroonherkenning: aandachtig zijn voor gelijkenissen.
- Algoritmes: het beschrijven, uitzetten of volgen van stappen.
- Debuggen: zoeken waar het fout gaat.
- Verwerking: verzamelen, analyseren en interpreteren van gegevens.
- Verwoorden: problemen in eigen woorden beschrijven.
Bovenstaande concepten helpen aan om problemen efficiënter en sneller op te lossen en vormen dus ook een onderdeel van executieve functies:
- Impulscontrole: eerst denken, dan doen.
- Werkgeheugen trainen: visualisaties en stappenplannen.
- Cognitieve flexibiliteit: taken uitvoeren en problemen kunnen oplossen.
De werkvormen in dit praktijkvoorbeeld werden ook verrijkt vanuit de minimumdoelen wiskunde en taal. Binnen het CT staat het gebruik van bepaalde begrippen of wiskunde (logische) redeneringen centraal:
- Kans: altijd, nooit, mogelijk, misschien, soms, kan (niet).
- Statistiek: gegevens voorstellen met materialen.
- Probleemoplossing: ideeën met elkaar delen en problemen oplossen.
- Verzamelingen: classificeren op aantal en op criteria.
- Logica: het maken van als - dan redeneringen.
- Volgorde: eerst, erna, volgende, ervoor, laatste.