Een vetbol maken

In deze STEM-activiteit ontdekken leerlingen hoe ze vogels kunnen helpen tijdens de winter door zelf vetbollen te ontwerpen en maken. Dit hands-on project combineert wetenschap, techniek en natuurbeleving en stimuleert creatief en onderzoekend leren!

Foto: www.toppy.be

Vetbollen maken

Context en probleemstelling

Heel wat vogels overwinteren in België. Tijdens de wintermaanden is er echter minder voedsel beschikbaar. Het maken van vetbollen voor vogels in de winter is een geweldige manier om tuinvogels te helpen tijdens koude periodes. Deze STEM-activiteit kadert binnen natuur- en milieueducatie en onderzoekend leren, waarbij leerlingen zich verdiepen in de uitdagingen waarmee vogels in de winter worden geconfronteerd. Door probleemoplossend en ontwerpend te werken, ontwikkelen ze wetenschappelijke en technische vaardigheden terwijl ze nadenken over duurzaamheid en biodiversiteit. De activiteit stimuleert kritisch denken, samenwerking en creativiteit en sluit aan bij thema’s zoals seizoenen, dierenzorg en ecologisch bewustzijn. Ze biedt een praktische en betekenisvolle manier om STEM-concepten toe te passen in een realistische context.

Ze starten met een probleemstelling via prenten of nestcamera’s en verkennen vervolgens welke criteria een goede vetbol moet hebben. Door verschillende materialen te testen en een prototype te maken, leren ze al doende wat werkt en wat niet. De vetbollen kunnen worden opgehangen en geobserveerd, met als mogelijke uitbreiding een onderzoek naar welke vogels welk voedsel verkiezen. 

Minimumdoelen lager

Vierde leerjaar - wetenschap en techniek

Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop

3.2.6 De leerlingen kunnen voorbeelden geven van relaties tussen organismen onderling en hun omgeving.

Natuurkundige verschijnselen

3.5.2 De leerlingen kennen kracht en beweging

Systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen

3.6.5 De leerlingen kennen ontwerpen als een manier om aan een behoefte te voldoen. 

3.6.6 De leerlingen kunnen met concreet materiaal en gegeven criteria een ontwerp bedenken en uitvoeren om aan een behoefte te voldoen.

Zesde leerjaar - wetenschap en techniek

Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving

3.2.3 De leerlingen kennen diensten die het ecosysteem levert aan de mens.

Natuurkundige verschijnselen

3.5.2 De leerlingen kennen kracht en beweging.

Systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen

3.6.6 De leerlingen kennen de ontwerpcyclus als een gestructureerde aanpak met de volgende fasen: verkennen, ideeën verzinnen en selecteren, ontwerp plannen, ontwerp realiseren, testen en optimaliseren, presenteren. 

3.6.7 De leerlingen kennen het belang van het formuleren van criteria om aan een behoefte te voldoen. 

3.6.8 De leerlingen kunnen ontwerpen met behulp van de ontwerpcyclus.

 

Methode

Probleem introduceren

Tip: deze activiteit kan aansluiten bij de vogeltelling van Natuurpunt. 
(https://www.natuurpunt.be/het-grote-vogelweekend)

De ene helft van de kinderen krijgt een prent met een vogel in de winter, de andere helft van de kinderen krijgt een prent met een vogel die eten vindt in de natuur. De kinderen gaan op zoek naar de medeleerling die een prent heeft van dezelfde vogel. Per twee bespreken de kinderen waarover de les zou kunnen gaan. 
Waarin verschillen de prenten van elkaar? 
Wat is het probleem? 

Klassikale terugkoppeling om tot de probleemstelling van de STEM-les te komen, nl. vogels hebben het in de winter moeilijk om eten te vinden, hoe kunnen we hen helpen? 

Begeleidingsvragen:

  • Wat zorgt ervoor dat vogels moeilijker zijn om voedsel te vinden in de winter?
  • Welke oplossingen kunnen we bedenken om vogels te helpen?
  • Hoe kunnen we onderzoeken of onze oplossing werkt?

Centrale probleemstelling: 
"Wat kunnen we maken om de vogels extra voedsel te bezorgen?"

Alternatieven voor de lesinstap met prenten: 

  • Samen beelden van nestcamera’s bekijken en op basis daarvan een onderwijsleergesprek voeren over vogels in de winter, om te komen tot de probleemstelling van de STEM-les (suggestie: https://nestkastlive.nl/).

  • Brochures of folders over voedsel voor vogels lezen, om te komen tot de probleemstelling van de STEM-les.

Uitbreidings- of differentiatie mogelijkheden: 

  • Samen met de kinderen opzoeken welke vogels welk voedsel eten. En op basis daarvan selecteren de  kinderen zaden, noten, vruchten, meelwormen.
  • Nagaan welke vogels leven in de buurt van de school en wat hun dieet is.

Onderzoek naar vogels en hun voedsel

Ga met kinderen op onderzoek.
Welke vogels leven in de buurt van de school?
Waarmee houden die vogels zich bezig?
Worden vogels herkend?
De vogels kunnen gedetermineerd worden met een poster van vb. Natuurpunt.
https://www.natuurpunt.be/het-grote-vogelweekend/tuinvogels-herkennen

Wat eten de vogels die hier leven?
Je kan in de winkel een vetbol / snoer kopen en bekijken.
Welke ingrediënten (her) kennen we?
Je kan een kijkje nemen op https://www.nl.vivara.be/
Je kan ook folders verzamelen met daarin vogelvoeder.

Je kan ook foto's tonen of filmpjes tonen van een winterlandschap waarop vogels staan.
Op basis daarvan voer je een onderwijsleergesprek voeren over vogels in de winter, 
om te komen tot de probleemstelling van de STEM-les.

 

Het ontwerp bedenken

Criteria bedenken:
De leraar kan met de kinderen in gesprek gaan om samen criteria op te stellen. Of de leraar kan zelf eigen criteria aanreiken, afhankelijk van de klasgroep.

Aan welke criteria moeten onze vetbollen voldoen, opdat de vogels ervan kunnen eten?

  • De vetbol mag niet uit elkaar vallen.

  • De zaden moeten bereikbaar zijn voor de vogels.

  • De vetbol moet omhoog kunnen worden gehangen.

  • De vogels moeten kunnen zitten op/hangen aan de vetbol om te eten.

  • … 

De leerlingen verkennen het materiaal dat op de demotafel ligt. De leerkracht stelt vragen zodat de leerlingen de link leggen met de criteria.


Materialen selecteren:

  • Wat zouden we kunnen gebruiken om vetbollen te maken?

  • Welke ingrediënten zijn volgens jullie lekker en gezond voor vogels?

  • Welke materialen zullen we kiezen?

  • Hoe kunnen we deze gebruiken? 

  • Wat hebben we nodig om ervoor dat onze bol stevig blijft en niet uit elkaar valt?

  • Hoe kunnen we onze bollen op een handige manier ophangen?

  • Wat gebeurt er als de vetbol aan één touwtje hangt?

  • Wat als er meerdere touwtjes zijn?

  • Waar en hoe maak ik de touwtjes het beste vast?

  • Wat gebeurt er als we een stokje gebruiken om de bol op te hangen?

  • Hoe kunnen we de bol opgangen zodat hij niet draait?

  • Wat gebeurt er als er gewicht (vogel) op de bol komt? 

  • Welke vorm (balk, cilinder, kubus, ...zorgt voor het meeste stabiliteit?

  • Hoe kan ik ervoor zorgen dat er weinig schommeling is bij wind?

Idee tekenen:
Je maakt een (werk)tekening van de te ontwerpen vetbol.

Uitbreidings- of differentiatie mogelijkheden: 

  • Specifieke vetbollen ontwerpen die geschikt zijn voor bepaalde vogelsoorten (bv. die in de buurt van de school leven).

Ontwerp uitvoeren en bijsturen

De kinderen gaan in kleine groepjes aan de slag.
Ze maken vetbollen en ondervinden wat werkt en wat niet.
 

Begeleidingsvragen:

  • Wat kunnen we doen, zodat we het vet en de zaden/noten/… goed kunnen mengen?

  • Aan de hand van welk hulpmiddel kan je de bol vormen? 

  • Wat is een goede vorm voor onze vetbol? Moet die echt bolvormig zijn?

  • Wat is een goede grootte voor onze vetbol? Wanneer is deze te klein of te groot?

  • Hoe kunnen we een touwtje of stokje bevestigen aan de bol?

  • Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de bol voldoende stevig is?

Ontwerp in gebruik nemen

Verloop: Vetbollen ergens bevestigen, bekijken of deze goed blijven hangen, niet uit elkaar vallen, …
(in het allerbeste geval gaat er misschien al eens een vogel op zitten?).  

 

 

Begeleidingsvragen:

  • Waar kunnen we de vetbollen bevestigen?

  • Waarop moeten we letten? 

  • Waar kunnen vogels ongestoord eten?

  • Blijft de bol goed hangen? Waarom wel/niet?

  • Wat gebeurt er als we de vetbol een tijdje laten hangen? Zien we veranderingen?

  • Hoe zouden vogels op onze vetbol reageren? 

  • Wat zijn belangrijke aandachtspunten?

Waar kan je de vetbol best hangen?

  • De vetbollen ophangen en (indien mogelijk) een wildcamera bij plaatsen i.f.v. observatie op passende momenten. Zo kan je als leraar eventueel korte opnames gebruiken tijdens een vervolgles. De beelden op de wildcamera samen in de klas bekijken, om te zien of de bollen inderdaad de vogels uit de gekozen doelgroep aantrekken.

  • De vetbollen op een plaats hangen die geschikt is voor een bepaalde gekozen vogelsoort (vogels die dicht bij de grond leven, in hoge bomen, …).

Evalueren en reflecteren

Verloop: Klassikaal een besluit trekken over de gemaakte vetbollen. 
 

Begeleidingsvragen:

  • Welke vetbol werkte het beste? Waarom denk je dat?

  • Wat hebben we geleerd over het maken van vetbollen? Wat werkte goed en wat minder goed?

  • Moet de vorm, het gebruikte materiaal, de bevestiging, … nog worden bijgesteld? Hoe?

  • Moet de gebruikte voedingsmix nog worden bijgesteld? Hoe?

  • Wat kunnen we nog aanpassen om de vetbol (voor specifieke vogels) te optimaliseren?

  • Wat vonden jullie het leukste of meest verrassende aan deze activiteit?

  • Hoe kunnen we onze kennis over vogels en hun voedsel verder onderzoeken?

Uitbreidings- of differentiatie mogelijkheden: 

  • Op basis van bovenstaande vragen en antwoorden passen de leerlingen hun ontwerp aan, en maken een nieuwe vetbol. 

  • Op basis van de beelden van de wildcamera hangen de leerlingen de vetbollen op een andere plaats.

Materialenlijst

Eetbare onderdelen voor de vetbollen:              

  • Zaden (zoals zonnebloempitten, lijnzaad, hennepzaad, maanzaad, vlaszaad)
  • Noten (ongezouten pinda’s, hazelnoten, walnoten, fijngemalen)
  • Gedroogde vruchten (zoals rozijnen, stukjes gedroogde appel of gedroogde bessen)
  • Havermout
  • Gedroogde meelwormen
  • Vet (kokosvet, ongezouten bakvet of margarine)

Materialen om de vetbol te maken: 

  • Dennenappels
  • Touwen
  • Stokjes
  • Kartonnen bekertjes
  • Lege WC-rollen
  • Muffinvormen (of andere siliconen vormpjes)
  • Potjes
  • Sinaasappels
  • Kleine bloempotjes

Verschillende Vogels